[proloog]
Een Nederlandse meteroloog had het weer als 'stormachtig' kunnen bestempelen, zo hard woei de wind en liet zij haar oneindige voorraad tranen op de aarde neerdalen.
Niemand verliet hier de minieme geborgenheid van de woningen, hotels of zelfs tenten.
De wind leek nooit de hoop op de volledige destructie van de aarde en al haar bewoners op te geven, zij ging onvervaard door met de taak die ooit aan haar was toebedeeld.
De lucht was hevig bewolkt, donkere grijze wolken hadden tijdelijk de heerschappij van het luchtruim over genomen, geen glimp kon een argeloze tuurder opvangen van de maan en haar sterrenzusters.
Ze was tevreden met de omstandigheden, dit weer vroeg gewoonweg om een tragisch noodlot.
Dat was maar goed ook, anders had ze zich misschien nog bedacht.
Alhoewel ze hier nog niet zo lang was en alle smalle steegjes op elkaar leken, wist ze met onevenaarbare subtiele snelheid haar bestemming te bereiken.
De nacht had haar gestreeld als een moeder haar verontruste en bange kind, ze had bevestiging gevonden in de wilde schoonheid van de storm.
Even was ze zelfs alles vergeten, toen leek ze net een dolgelukkige verdwaalde jonge vrouw.
Toen keerde de kilte en de kou weer terug in haar vastberaden lichaam.
Met drie harde uithalen had ze hem in zijn romp gestoken.
Hard, onbevreesd en moedwillig.
Kreunend had ze het zilveren scherpe bovenstuk in zijn lichaam geduwd.
Pas na een paar seconden was het bloed door zijn overhemd heen gesijpeld.
Hij had nog 'au' gemompeld, maar zij ging onbeïnvloed door.
Die nacht had ze heerlijker geslapen dan ooit tevoren.
Na lange omzwervingen langs haar favoriete stroom van water was ze tot zichzelf gekomen. Niet dat ze angstig was geweest, integendeel, ze was nog nooit zo zeker van haar zaak geweest als toen.
Op een vreemde manier had ze zich trots en voldaan gevoeld.
Voor de allereerste keer had ze aan zichzelf gedacht, aan wat zij wilde en verdiende.
Haar bed had haar verwelkomd met een overdadige warmte; ze had geslapen.
I
Hij schoot overeind, in een ruk, alsof iemand minutenlang naast zijn bed zijn naam had staan fluisteren en hij nu pas terugkeerde uit zijn diepe slaap. Maar er stond niemand naast zijn bed, zijn hele kamer was leeg. En donker. Na een vluchtige blik op zijn wekker te hebben geworpen, kon hij vaststellen dat het drie uur ’s nachts was. Het bekende zeurende gevoel was weer terug. De hongerige lust die hem al weken achtervolgde, veelal in zijn slaap, maar ook dikwijls de kop opstaat tijdens lange collegesessies over de psyche van de mens in relatie tot de invloed van de moderne maatschappij.
Hij likte zijn lippen, gromde en kroop overeind. Beslist baande hij zich een weg naar de deur van zijn kamer, hij wist dat hij niet eerder in slaap zou vallen voordat zijn behoefte bevredigd was. De deur leidde hem naar de gemeenschappelijke huiskamer van hem en zijn twee huisgenoten, hij hoopte maar dat hij niemand wakker zou maken.
“Leon?” Hij had dus wel iemand wakker gemaakt.
“Ja? Pieter, ben jij dat?” Langzaam deed hij een paar passen naar voren zodat hij zijn huisgenoot op de bank kon zien liggen. Nog nooit had hij Pieter in een gelijksoortige positie aangetroffen, de jonge man was slechts gekleed in een boxershort en een openhangende wijde blouse. Het meest opvallende was nog wel dat hij uit zijn doen leek, bijna nam Leon een vochtige vlek onder zijn ogen waar.
“Sorry. Ik was gewoon-,” Pieter wreef zijn ogen schoon met zijn mouw. Leon voelde zich meteen schuldig door zo onverhoopt tijdens het privémoment van zijn vriend zijn luidruchtige lust te proberen te bevredigen. Hij ging wat timide naast hem zitten op de bank.
“Pieter, wat is er?” De donkerblonde jongen keek hem wat onzeker aan. Leon hoopte dat hij geen vreemde indruk op hem maakte. Hij kende Pieter al wel wat jaren, maar niet op een intensieve basis zoals de meeste van zijn vrienden. Pieter was meer zoiets als dat men een ‘kennis’ noemde, maar dan ook nog toevallig een huisgenoot.
“Niks, niks, Leo. In ieder geval bedankt.” Pieter probeerde het vraagstuk zo snel mogelijk weg te wuiven, maar Leon liet zich niet met een kluitje in het riet sturen.
“Ik weet dat ik misschien vervelend ben, maar ik weet gewoon dat praten helpt. Echt- gooi het er nou maar gewoon uit.” Leon glimlachte hem toe. Ondertussen bleef zijn honger knagen, maar hij kon nu onmogelijk weglopen. Pieter beet op zijn lip en twijfelde zichtbaar.
“Maar dan pas als jij eerst wat chocolade hebt gehad, want zo werkt het natuurlijk niet.” Leon keek hem met open mond aan.
“Hoe weet jij dat?” Pieter grinnikte.
“Als jouw huisgenoot merk ik het echt wel als je vreemdsoortige op chocolade gebaseerde behoeftes hebt.”
Leon sprong op van de bank en snelde naar de keuken.
“Tweede laadje in het kleine houten kastje!” riep Pieter hem na.
1 opmerking:
Roos, je schrijft echt prachtig! Petje af! Als je tijd&zin hebt om een kort verhaal over klassieke muziek te schrijven (liefst over een 16-jarige die muziek maakt en dan met de prachtige Lolita-achtergrond erbij), dan zou ik dat heel graag in E!M publiceren!
'k Heb je toegevoegd op MSN, liefs, Martine. xx
Een reactie posten